Wat zijn de spelregels
Puntentelling bij jeu de boules
Bij jeu de boules worden punten pas toegekend nadat alle boules van beide teams zijn gespeeld. Vervolgens wordt gekeken welk team een boule het dichtst bij het but heeft liggen. Dat team wint de speelronde.
De winnaar ontvangt één punt voor iedere boule die dichter bij het but ligt dan de beste boule van de tegenstander. Het verliezende team krijgt in die ronde geen punten. Het aantal punten dat een team in één ronde kan behalen, hangt af van het aantal beter geplaatste boules.
Na het tellen van de punten begint een nieuwe ronde. Het team dat de vorige ronde heeft gewonnen, mag het but opnieuw uitwerpen en start daarmee het volgende spelonderdeel. De wedstrijd gaat door totdat een team het afgesproken aantal punten heeft bereikt, meestal dertien.
Hieronder enkele voorbeelden. Team A is blauw, Team B is zilver.
Veelgebruikte termen bij Jeu de Boules
- But / Cochonnet / Butje: Het kleine houten balletje waar zo dicht mogelijk bij gespeeld moet worden.
- Boule: De metalen bal waarmee gespeeld wordt.
- Mène: Een speelronde die start bij het uitwerpen van het but en eindigt zodra alle boules zijn gespeeld.
- Pointen / Pointer: Het zorgvuldig plaatsen van een boule zo dicht mogelijk bij het but.
- Tirer / Schieten: Het wegspelen van een boule van de tegenpartij door deze raak te schieten.
- Carreau: Een schot waarbij de eigen boule precies op de plek van de weggeschoten boule blijft liggen.
- Biberon: Situatie waarbij een boule het but raakt en er direct tegenaan blijft liggen.
- Fanny: Een nederlaag met 13-0. Volgens de traditie moet de verliezer dan “Fanny kussen”.
- Dormeuse: Een boule die zo gunstig bij het but ligt dat deze nauwelijks nog weg te schieten is.
- Chiquer: Het slechts gedeeltelijk raken van een boule tijdens een schot.
- Bâtard: Een lastige ligging waarbij onduidelijk is of de tegenstander beter kan schieten of plaatsen.
- Mêlée: Wedstrijdvorm waarbij de teams of partners willekeurig worden samengesteld door loting.
Verschillende spelvormen
- Tête-à-tête: Eén speler tegen één speler, ieder met drie boules.
- Doublette: Twee teams van twee spelers, waarbij iedere speler drie boules heeft.
- Triplette: Twee teams van drie spelers, waarbij iedere speler twee boules gebruikt.

